Openbaar primair onderwijs Hoeksche Waard Onderdeel van Acis

Overige vragen

Hoe kies ik een basisschool voor mijn kind?

U wilt een basisschool voor uw kind kiezen. Om dat zo goed mogelijk te doen heeft u informatie over basisscholen uit uw omgeving nodig. Om aan informatie te komen kunt u:

  • een afspraak maken met de directeur voor een oriënterend bezoek aan de school;
  • een informatieavond van een basisschool bijwonen. Veel basisscholen houden deze avonden voor nieuwe ouders;
  • een les bijwonen. Er zijn basisscholen die u de gelegenheid geven een les bij te wonen zodat u zelf de sfeer kunt proeven;
  • praten met ouders uit de buurt. Zij kunnen u vaak veel informatie geven;
  • een basisschool vragen naar de schoolgids en/of de website van deze school bezoeken. De schoolgids is een gids waarin een school zichzelf beschrijft. In de schoolgids staat welke doelen een school nastreeft, hoe ze deze doelen wil bereiken en welke resultaten ze daarmee heeft geboekt. Ook staat er in hoe extra zorg wordt gegeven aan kinderen met leermoeilijkheden en gedragsproblemen. Verder geeft de schoolgids informatie over de ouderbijdrage en de rechten en plichten van ouders en kinderen;
  • een basisschool vragen naar het schoolplan. In het schoolplan staat hoe een school de komende vier jaar werkt aan verbetering van het onderwijs. Een school is verplicht regelmatig haar eigen kwaliteit te toetsen. De resultaten van de toetsen vormen de basis voor het schoolplan;
  • op de website van de onderwijsinspectie de kwaliteitskaarten van scholen inzien. Hierin zijn de resultaten van scholen opgenomen.

De onderwijsgids
In de publicatie ‘Gids basisonderwijs’, te vinden via de website www.rijksoverheid.nlstaat een lijst met vragen die u kan helpen bij het maken van een juiste keuze van een school.

Tijdstip schoolkeuze
Als uw kind twee of drie jaar is, wordt het tijd na te gaan denken over de schoolkeuze. Als uw kind drie jaar wordt, sturen veel gemeenten een brief. In deze brief staat dat u uw kind moet inschrijven bij een basisschool. Ook staat vermeld wanneer u dit uiterlijk moet doen. U bepaalt zelf bij welke basisschool u uw kind inschrijft. Het is belangrijk dat u uw kind op tijd inschrijft. Er zijn namelijk basisscholen met wachtlijsten. Als u uw kind aanmeldt, geeft u het burgerservicenummer van uw kind door aan de school. Dit burgerservicenummer krijgt u van tevoren van de belastingdienst.

Overzicht scholen
De openbare basisscholen in uw woonplaats treft u elders aan op deze site.

Hoe krijgt mijn langdurig zieke kind onderwijs?

De school heeft de wettelijke verplichting zorg te dragen voor het onderwijs aan uw kind. Meer informatie kunt u krijgen op school. Ook op de website www.ziezon.nl (Landelijk Netwerk Ziek Zijn en Onderwijs) kunt u hierover informatie vinden.

Vanaf wanneer is mijn kind leerplichtig?

Een kind is leerplichtig vanaf de eerste schooldag volgende op maand waarin het de vijfjarige leeftijd bereikt. Vanaf de dag waarop het kind de vierjarige leeftijd heeft bereikt, mag het de basisschool bezoeken. In de laatste 2 maanden voor het bereiken van de vierjarige leeftijd, mag het kind de basisschool al enkele lestijden op proef bezoeken. Een kind kan op een school worden aangemeld vanaf zijn of haar derde verjaardag.

Wat is de Cito eindtoets?

De Cito eindtoets is een toets aan het eind van de basisschool waarmee de kennis van de individuele leerling wordt gemeten. Basisscholen kunnen de toets gebruiken om hun schoolresultaten te vergelijken met andere scholen. De resultaten van de eindtoets zijn echter niet leidend bij het schooladvies. Het schooladvies wordt namelijk bepaald door de plaatsingswijzer.

Basisscholen zijn volgens artikel 42 van de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) verplicht leerlingen in groep 8 een advies voor voortgezet onderwijs te geven. Op basis hiervan kunt u een school kiezen voor uw kind.

Wat is de plaatsingswijzer?

Met ingang van schooljaar 2014/2015 gebruiken de scholen in Hoeksche Waard niet langer de Cito eindtoets als instrument om te gebruiken bij de advisering van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs. Alle besturen van de scholen voor basisonderwijs en voortgezet onderwijs hebben gezamenlijk afgesproken om de Hoeksche Waardse Plaatsingswijzer als instrument te gaan hanteren. De reden hiervoor is dat de eindtoets vanaf 2015 meer achter in het schooljaar wordt afgenomen. Daardoor kan de toets niet meer dienen als instrument bij de advisering naar het voortgezet onderwijs.

In de Plaatsingswijzer ziet u de resultaten van de citotoetsen in de groepen 6,7 en 8. Het betreft de Cito M(idden)-toetsen. Op basis van de resultaten van die toetsen komt de school tot een advies waarbij de resultaten van rekenen en begrijpend lezen doorslaggevend zijn.

We onderscheiden bij het advies:
– Basisprofiel: Er is geen enkele twijfel. Uw kind gaat bijvoorbeeld naar het VMBO basiskader
– Plusprofiel: Er is in potentie meer….. We adviseren Havo maar VWO is t.z.t. wellicht mogelijk. Dit wordt met het VO besproken tijdens de overdracht.
– Bespreekprofiel: Het is niet duidelijk. We bespreken het kind met het VO
– Ondersteuningsprofiel: Duidelijk is bijvoorbeeld HAVO maar uw kind heeft een bepaalde ondersteuning nodig.

De Plaatsingswijzer doet in onze ogen meer recht aan de ontwikkeling van kinderen. Het advies is niet meer gebaseerd op een foto van een paar dagen maar op een film van drie jaar. De doorslaggevende betekenis van de eindtoets is verleden tijd. Overigens mag worden opgemerkt dat in de afgelopen jaren leerkrachten beter konden inschatten wat een goed advies was dan de eindtoets.

Mocht de eindtoets beter gemaakt worden dan verwacht, dan kan de basisschool het eerder uitgebrachte advies heroverwegen; uiteraard in overleg met de ouders. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat een basisprofiel wordt omgezet naar een plusprofiel. Of een plusprofiel wordt omgezet naar een hoger basisprofiel. Als het resultaat van de eindtoets minder goed is dan verwacht, mag de basisschool het schooladvies niet aanpassen.

Op basis van ervaringen, o.a. in de gehele provincie Friesland waar al verschillende jaren met de plaatsingswijzer wordt gewerkt, zijn we van mening dat de Plaatsingswijzer garant staat voor een goed onderbouwd advies en daarmee een adequate plaatsing van uw kind in het voortgezet onderwijs. De Plaatsingswijzer leidt tot meer eenduidige plaatsingen en minder doublures en afstroom in het voortgezet onderwijs en leidt dus tot betere kansen voor uw kind.

Voor meer informatie kunt u zich wenden tot de leerkracht van uw kind.

Wat is het beleid met betrekking tot tussenschoolse opvang van mijn kind?

Sinds 1 augustus 2006 is het schoolbestuur verantwoordelijk voor het (laten) organiseren van de overblijf. De school bepaalt in overleg met de ouders de manier waarop dit wordt georganiseerd. U krijgt hiervoor via de medezeggenschapsraad instemmingsrecht.
De overheid stelt financiële middelen beschikbaar voor onder andere de ondersteuning van de organisatie van tussenschoolse opvang en de scholing van overblijfkrachten.

Kosten ouders
Net zoals voorheen, kan de school u om een financiële bijdrage blijven vragen. De Wet op het Primair Onderwijs (WPO) stelt geen limiet aan de ouderbijdrage. De school mag dit bedrag zelf bepalen. De medezeggenschapsraad heeft instemmingsrecht over de hoogte van de bijdrage.

Speciale scholen voor basisonderwijs
De meeste speciale scholen voor basisonderwijs (sbao) hanteren een continurooster. Leerkrachten begeleiden op deze scholen meestal de overblijf omdat het werken met leerlingen van sbao’s bepaalde expertise vereist. Daarnaast levert de afstand tot school een probleem voor ouders bij de begeleiding van het overblijven. Dit betekent een extra belasting voor de leerkrachten. Het ministerie van OCW stelt extra geld beschikbaar zodat deze scholen onderwijsassistenten kunnen aanstellen om te helpen bij de overblijf.

Wat zijn brede scholen?

Een brede school is een samenhangend netwerk van toegankelijke en goede voorzieningen voor kinderen, jongeren en gezin, met de school als middelpunt. Inhoudelijke samenwerking tussen scholen en andere instellingen is hèt kenmerk van brede scholen. Hoe die samenwerking vorm krijgt, is afhankelijk van lokale behoeften en omstandigheden.
Brede scholen zijn er dus in vele soorten en maten.De meeste brede scholen zijn basisscholen.

Welke vakken krijgt mijn kind?

In de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) staat beschreven wat uw kind in ieder geval op de basisschool moet leren. Het onderwijs brengt uw kind niet alleen feitenkennis bij maar heeft ook tot taak de sociale, culturele en lichamelijke vaardigheden van uw kind te ontwikkelen.

Vakken
Uw kind krijgt de volgende vakken:
– zintuiglijke en lichamelijke oefening
– Nederlandse taal
– rekenen en wiskunde
– Engelse taal
– expressieactiviteiten, in ieder geval aandacht voor: bevordering van het taalgebruik, muziek, tekenen, handvaardigheid, spel en beweging
– bevordering van sociale redzaamheid, waaronder gedrag in het verkeer
– bevordering van gezond gedrag
– enkele kennisgebieden, in ieder geval aandacht voor: aardrijkskunde, geschiedenis, de natuur waaronder biologie, maatschappelijke verhoudingen waaronder staatsinrichting, geestelijke stromingen.

Openbare en bijzondere scholen kunnen naast de wettelijk verplichte vakken ook over andere onderwerpen lesgeven. U kunt hierover meepraten via de medezeggenschapsraad. Alle openbare scholen moeten bijvoorbeeld op verzoek van ouders hun leerlingen in de gelegenheid stellen om, binnen schooltijd, godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs te volgen (maximaal 120 uur per jaar). De school organiseert andere activiteiten voor kinderen die niet aan deze lessen deelnemen.

Kerndoelen
Om ervoor te zorgen dat er meer eenheid komt in wat kinderen kennen en kunnen als ze de basisschool verlaten, heeft de overheid kerndoelen vastgesteld. Kerndoelen geven aan wat de school de leerlingen bij een bepaald vak, bijvoorbeeld rekenen, moeten leren.

Worden de prestaties van mijn kind op de basisschool vastgelegd en heb ik recht op inzage?

Als u wilt weten hoe de schoolprestaties van uw kind worden vastgelegd dan kunt u dit vragen aan de leraar van uw kind. De leerprestaties kunnen op de onderstaande manieren worden vastgelegd.
De meeste scholen geven drie keer per jaar een rapport over de vorderingen van uw kind. In het rapport staan de prestaties in de verschillende vakken vermeld en vaak ook belangrijke onderdelen daarvan. De scholen mogen zelf bepalen of ze de prestaties weergeven in cijfers of op een andere manier. Er zijn scholen die met een zogeheten ‘woordrapport’ verslag doen van de resultaten en voortgang van uw kind.

Rapport
Het rapport is bestemd voor de ouders. Ook ouders die niet meer het ouderlijk gezag hebben, bijvoorbeeld na een echtscheiding, hebben recht op deze informatie. Ze moeten dan aan de schooldirecteur om de rapporten vragen. De schooldirecteur mag alleen weigeren als het belang van het kind erdoor geschaad zou kunnen worden.

Leerlingvolgsysteem
Met een leerlingvolgsysteem kan de school de voortgang van elk kind systematisch bijhouden. Hierdoor kan de school het onderwijsprogramma beter afstemmen op de leerlingen.

Leerlingdossier
Alle scholen houden een leerlingadministratie of -dossier bij. Daarin staan onder meer:
– notities over de bespreking van uw kind door het schoolteam
– notities van de gesprekken met u
– speciale onderzoeken
– de toets- en rapportgegevens
– de plannen voor extra hulp aan het kind.
Soms worden er ook schriftelijke observaties van leraren toegevoegd over de sociale en emotionele ontwikkeling van uw kind, de werkhouding en taakaanpak.

Inzagerecht
Het leerlingdossier is strikt vertrouwelijk en ligt achter slot en grendel. U heeft als ouder het recht om het in te zien. Het is echter mogelijk dat het dossier gesplitst is in een deel dat door u gezien mag worden (over bijvoorbeeld de toets- en rapportgegevens) en een deel dat alleen voor het personeel bestemd is. In dat geval kunt u het deel dat voor het personeel bestemd is, niet inzien.
Om het dossier te raadplegen, maakt u een afspraak met de directeur van de school. Hij geeft u dan de gelegenheid het dossier in te zien. Hierbij is altijd iemand van de school aanwezig. De school is niet verplicht u een kopie van het dossier mee te geven. Het kan zijn dat de school het leerlingdossier van uw kind wil laten zien aan anderen, bijvoorbeeld aan de schoolbegeleidingdienst. Dit kan alleen als u hier toestemming voor geeft.

Bewaartermijn
Scholen moeten leerlingdossiers minimaal gedurende vijf jaar na het vertrek van de leerling bewaren. Na afloop van deze termijn moeten de dossiers vernietigd worden. Scholen zijn niet verplicht het leerlingdossier af te geven aan de nieuwe school indien een leerling van school wisselt.